In memoriam

Interview met Bernard Rootmensen

Bernard Rootmensen neemt afscheid (door Elske Bakker, mei 2004)

'De Keizersgrachtkerk is wel de plek in Amsterdam waarmee ik emotioneel heel sterk verbonden ben. In die zin wordt het emotioneel afkicken...'

Op 1 juni '04 neemt Bernard Rootmensen afscheid als studentenpredikant en als maandelijkse voorganger in de Keizersgrachtkerk. Met emeritaat gaan betekent voor hem meer tijd krijgen om tegemoet te komen aan de impulsen die op hem afkomen. Een gesprek op de drempel naar zijn nieuwe levensfase.

Bernard, als je de theologie en de periode van de kerk overziet die jij hebt meegemaakt, wat waren dan voor jou de highlights?
'Ik heb het bijzonder gevonden dat Dorothee Sölle, de radikale theologe uit de jaren '60/'70/'80, liet zien dat achter haar maatschappijkritische theologie een levende spiritualiteit verborgen was die zij steeds meer ging articuleren. Maar verder vraag ik me wel eens af welke theologen van de 20ste eeuw er uiteindelijk zullen worden meegenomen naar deze eeuw. Voor mij is dat vooral Bonhoeffer. Met zijn gevoelige antenne heeft hij

de secularisatie voorvoeld en zo ook de verlegenheid die wij nu hebben met de oude godsbeelden. Ook voorzag hij dat de kerk een minderheid zou worden. (Je moet je realiseren dat dat in zijn dagen nog helemaal niet het geval was!). De bevrijdingstheologie, waarbij ik me sterk betrokken heb gevoeld, kwam – achteraf gezien natuurlijk – nogal eens met simplistische oplossingen, onder meer met zijn jargon van neomarxistische snit. Men wees daarin gemakkelijk aan wie de schuldigen waren, zonder dat altijd duidelijk werd hoe we zelf ook bij die schuld betrokken waren...
In de postmoderne tijd, waarin wij nu leven, lijkt alles betrekkelijk te zijn geworden. De leegloop van de kerk is daarbij toch wel indrukwekkend te noemen. En veel krediet is verspeeld als het gaat om het spreken van de kerk. Er is argwaan als de kerk haar stem gaat verheffen. Dit vanwege haar spreken met het opgeheven vingertje in vroegere tijden. Een houding van 'zij weten het allemaal' wordt gemakkelijk verondersteld. En dat terwijl het juist pas spannend wordt als je die houding opgeeft! Wanneer we elkaar vanuit een luisterhouding tegemoet treden. Elk spreken zal eerst door die luisterhouding heen moeten gaan. Dan pas ontstaat er weer communicatie. En de kerk moet vooral die dingen accentueren die de duurzaamheid ten goede komen. Je mag bijvoorbeeld aan alles twijfelen, maar we moeten als kerk wel de lofzang gaande houden. Dat betekent ook dat we als gemeente moeten blijven doorgeven wat kostbaar is in de traditie en daarbij aansluiting zoeken bij de zozeer veranderde wereld.
Bonhoeffer zei dat zo: 'Ons rest nu nog maar twee dingen, bidden en het doen van gerechtigheid. En later voegde hij als derde daaraan toe 'en wachten op Gods tijd.' Bidden is dan niet het inleveren van de bekende verlanglijstjes bij God, maar een hartgrondig Kyrie, een beroep op God. En 'gerechtigheid doen' is niet zozeer het doen van padvinderachtige goede werken, als wel een wezenlijk bekommerd zijn over het welzijn van mensen en van de aarde. Het onderscheid tussen kerkelijken en niet-kerkelijken wordt daarbij heilzaam betrekkelijk. Alleen doet de kerk dit alles in een bepaald kader: ze wil dat de verhalen doorverteld worden en dat de lofzang gaande wordt gehouden. Mede daarom ga ik graag naar de kerk. Daar krijg ik altijd het gevoel dat ik even aan iets raak, dat groter is dan mijn eigen 'ik'. Simpelweg soms door een psalm te zingen die mensen 2000 jaar geleden ook al hebben gezegd of gezongen.

Is het werken met studenten in de loop der tijd veranderd?
Er zijn veel constanten in het werk: je werkt altijd met jonge mensen, die zich los van thuis maken, zoeken naar een zelfstandige invulling van hun leven, die op zoek zijn naar relaties. Maar je hebt ook te maken met de tijdgeest. We hadden eerst de roaring sixties (de tijd waarin ikzelf student was), toen de yuppies met hun no-nonsense aanpak, de generatie nix vervolgens en nu de generatie die men wel typeert met de term 'generatie mix'. Deze laatste generatie gaat sterk uit van een koud buffet-mentaliteit, waarbij ieder maar wat lekkers bij elkaar zoekt. Dat is niet slecht hoor, zeg ik er bij! Er achter gaat wel iets schuil van wat heet een uitgestelde volwassenheid. De echte vragen worden nog niet gesteld, eerst moeten ze 'overleven' in allerlei baantjes en relaties en pas daarna, vaak aan het einde van de studie, is de tijd gekomen om echt na te gaan denken over wat je wilt met je leven. Ik heb het omgaan met jonge mensen overigens altijd weer als boeiend ervaren.

Vind je het fijn om te preken?
Weet je, voor elke preek ben ik altijd weer nerveus. Na al die jaren voorgaan in kerkdiensten is dat eigenlijk niet veranderd. Het heeft, denk ik, te maken met het gegeven dat je daar op die kansel staat niet om je eigen mening te verkondigen. Je wordt geacht iets door te geven van de Ander. En dus sta ik daar altijd met een zekere schroom. Het is nooit af en het is nooit goed genoeg. Excuus voor de tobberigheid die ik nu uitstraal, maar aan elke preek gaat een proces van overwegen en nog eens overwegen vooraf. Je moet bereid zijn dat door te maken, ook emotioneel. Alles wat je gaat zeggen, moet eerst door je zelf heen gegaan zijn. Op zaterdagavond ga ik aan het einde van de avond altijd anderhalf uur wandelen. Ik heb daar zo mijn eigen weggetje voor, bij mij in de buurt, ergens in de weilanden van Ouderkerk. Daar krijgt de preek dan de vorm die het best bij mij past. Dan wil ik hem ook echt in m'n hoofd hebben. Een preek die ik niet kan onthouden is niet wat ie had moeten zijn. Het zit 'm verder in hele gewone dingen: welke woorden kies je en waarom kies je dat woord? Het is een eindeloze monologue interieur! Een monoloog die zich op de een of andere manier overigens afspeelt voor het Aangezicht van God, om het eens plechtig en vroom te zeggen. Maar om nog op je vraag terug te komen: uiteindelijk is het in mijn beleving een intense en goede ervaring. In zekere zin ook een voorrecht.

Op welke manier is God daar dan bij betrokken?
Paulus zei: bidt zonder ophouden. Nou geloof ik niet dat dat betekent dat je steeds op de knieën moet, maar dat het gaat om een levenshouding. Ik leef mijn leven en ik wil daar op een of andere manier God bij betrekken. Ik ben steeds in gesprek met Iemand, van wie ik het sterke vermoeden heb dat Hij/Zij meeluistert en meedenkt. Dat laatste vooral via woorden uit de traditie. En dat alles gebeurt bij uitstek bij het maken van een preek. Een preek is daarmee zoveel kwetsbaarder dan een lezing. De spanning zit 'm ook daarin dat je de boel niet wilt belazeren. Ook jezelf niet. Het menselijke hart is arglistig, kom ik steeds weer tot de ontdekking! Ik probeer te staan voor echte vroomheid, maar ik weet tegelijk dat vrome woorden ook mij kunnen misleiden. Doel kan bijvoorbeeld nooit zijn dat de mensen na afloop tegen je zeggen: dat heb je weer goed gezegd. Uiteindelijk is de hamvraag of we ook wat doen, als messiaanse gemeente, met die grote woorden? Religie heeft zo veel dubbelzinnige kanten. Ik denk aan ijdelheid van predikanten of aan gemeenten die het liefst bevestigd willen worden in haar eigen 'gelijk'. Er zijn volop verborgen verleidingen in het spel! Maar ook de Geest speelt mee met al Haar echtheid! Daar hoop ik dan maar op.

Ik heb begrepen dat je al verschrikkelijk lang aan de KGK verbonden bent!
Ja, in de nadagen van de sjieke gereformeerde KGK, toen de VU-professoren met hun vrouwen in bontjas er nog kerkten – we hebben het over eind jaren '60 - werd ik er pastoraal-assistent van ds Eduard Pijlman. Ik maakte toen mee dat de KGK met grote snelheid leegliep, want al die professoren gingen buiten wonen. Pijlman heeft toen gezegd: er zijn twee mogelijkheden: of we sluiten de tent, of we gaan verder als experimentele gemeente in de binnenstad van Amsterdam. Zo is de huidige KGK-formule ontstaan. Al gauw ontstond er toen een bloeiende gemeente met veel jongeren, maar die bleek toch niet ongevoelig te zijn voor de oprukkende secularisatie. Zo is de KGK voor een aantal mensen ook doorgangshuis geworden. Voor velen echter ook een echt geestelijk huis om in te wonen. En het blijft een grote uitdaging om goed om te gaan met zowel de vernieuwende krachten die er nog altijd zijn, alsook met het aansluiting zoeken bij de traditie. We dienen hoe dan ook open te staan voor spirituele vernieuwing, om de genade in onze tijd een kans te geven!

Wat zijn daar dan de voorwaarden voor?
Ik noem in vrij willekeurige volgorde een drietal dingen. Allereerst het zoeken van de stilte en de rust. Kortom, op adem komen. In de tweede plaats hebben we steeds weer eigentijdse teksten en muziek nodig. De Oosterhuis-traditie – die ook ik bewonder – zal ooit opgevolgd moeten worden door een andere. Klassieke teksten zijn daarbij voor mij niet taboe, ook niet die van de psalmen. In de derde plaats noem ik als voorwaarde voor vernieuwing het engagement met de samenleving. Daar raken we aan een voor mij gevoelig punt: de KGK en de vluchtelingen. Er is heel veel gedaan aan de opvang van vluchtelingen en asielzoekers door de KGK-gemeente, maar dat heeft niet altijd doorgewerkt in een wederkerige spirituele vernieuwing. We moeten, denk ik, onder ogen zien en erkennen dat die groepen vluchtelingen uit andere culturen zich uiteindelijk bij ons niet thuis hebben gevoeld en dat ze daarom hun eigen weg zijn gegaan. Omdat wij te rationeel en te westers waren en zijn? In elk geval is er niet zichtbaar meteen een nieuwe spiritualiteit gegroeid! Mensen uit andere culturen vonden wellicht dat ze zich te veel aan ons moesten aanpassen. Misschien waren we ook wel niet 'nederig' genoeg.

Maar wij kunnen toch ook niet anders zijn dan we zijn? Over onze schaduw heenspringen?
Nee, misschien moeten we elkaar gewoon de ruimte geven binnen Amsterdam. Zie de bloeiende niet-westerse gemeenten in de Bijlmer! Daarmee een goed partnerschap opbouwen is heel belangrijk voor iedereen. Die nieuwe kerken dagen ons uit door hun vitaliteit, wij op onze beurt kunnen ze wellicht financieel en juridisch steun verlenen en hulp bieden bij de gemeenteopbouw.

Hoe zou je de KGK van nu omschrijven?
Het is en blijft nog altijd een typische gereformeerde kerk, met een gereformeerde nestgeur. Dat is geen scheldwoord, hoor! Ik vind mezelf eigenlijk 'ongeneeslijk gereformeerd', om Jan van Kilsdonk te parafraseren. Er zit nog steeds iets emancipatorisch in, iets democratisch-drammerigs ook in haar kritiek op de dingen, ook in haar zelfkritiek gelukkig. En ik blijf onder de indruk van het vele, vele werk dat gedaan wordt in de gemeente en naar buiten toe. Denk alleen maar aan de vele voorbereidingsgroepen die hun voortreffelijke werk doen. Eveneens ben ik blij dat de KGK-gemeenschap mij meer dan een kwart eeuw heeft geduld en geïnspireerd! De Keizersgrachtkerk is wel de plek in Amsterdam waarmee ik emotioneel heel sterk verbonden ben. In die zin wordt het de komende tijd emotioneel afkicken...

Op welke dingen verheug je je in de komende periode?
Ik heb mezelf beloofd dat ik een half jaar 'zonder agenda' ga leven. Ik laat me een half jaar niet strikken. Ik zie wel welke impulsen op me afkomen, van binnen of van buiten. Ik ga, samen met mijn vrouw, volop genieten van onze twee kleinkinderen, een tweeling die nu bijna een jaar oud is. Tijd voor de kinderboerderij! En verder lange fietstochten en aandacht geven aan mijn volkstuintje. Het werken daarop heb ik altijd hap snap gedaan, maar daaraan wil ik me nu echt meer gaan overgeven. Niet alleen genieten van alles wat er groeit en bloeit, maar me ook aan de context van het volkstuincomplex overgeven: een volstrekt allochtone wereld met een Surinaamse buurvrouw aan de voorkant en een Marokkaanse en Turkse overbuurman terzijde naast me. Ik ben nieuwsgierig of dat nog tot iets goeds zal leiden als je je voor die multiculturele samenleving bewust open stelt. Ik kom je ooit, met een krop onbespoten sla voor jou bestemd in mijn linkerhand, verslag doen van mijn bevindingen!'